ECLI:NL:RVS:2023:3848
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woning wegens handel in hard- en softdrugs ondanks bezwaar huurder
De burgemeester van Venlo besloot op 20 augustus 2020 tot sluiting van een woning voor drie maanden vanwege de vondst van handelshoeveelheden hard- en softdrugs, waaronder cocaïne, heroïne, XTC en hennep, na politieonderzoek en meerdere waarnemingen van drugshandel in verband met een voertuig dat aan een derde persoon toebehoorde. De huurder, die met haar minderjarige kinderen in de woning woonde, maakte bezwaar tegen het besluit, dat door de burgemeester en de rechtbank werd afgewezen.
In hoger beroep betoogde de huurder dat de woning niet als drugspand bekend stond, dat er geen handel vanuit de woning plaatsvond en dat zij niet op de hoogte was van de drugs, die volgens haar door haar vriend kort voor de inval in de woning waren geplaatst. Ook stelde zij dat de sluiting onevenwichtig was vanwege de impact op haar en haar kinderen, waaronder het verlies van de woning en plaatsing op een zwarte lijst bij woningcorporaties.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de burgemeester terecht de sluiting noodzakelijk achtte gezien de omvang en ernst van de overtreding, de aanwezigheid van handelshoeveelheden drugs en de ligging in een kwetsbare wijk met veel drugscriminaliteit. De Afdeling vond de verklaringen van de huurder en haar vriend niet geloofwaardig en benadrukte dat van bewoners verwacht mag worden dat zij toezicht houden op het gebruik van de woning. De duur van drie maanden was evenwichtig gelet op de aanwezigheid van minderjarige kinderen en de mogelijkheid tot vervangende woonruimte en noodopvang.
De Afdeling bevestigde het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De burgemeester hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de sluiting van de woning voor drie maanden wegens handel in hard- en softdrugs en verklaart het hoger beroep ongegrond.