ECLI:NL:RVS:2023:3567
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Breda
- N. Verheij
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing machtiging voorlopig verblijf en niet in behandeling nemen aanvraag kinderen
De vreemdeling heeft op 16 december 2020 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv), welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. Tevens werd een aanvraag voor haar kinderen niet in behandeling genomen. De vreemdeling maakte bezwaar tegen deze besluiten, dat door de staatssecretaris ongegrond werd verklaard op 18 november 2021.
Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 11 juli 2022 het beroep ongegrond verklaarde. Hiertegen werd hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De vreemdeling diende nog een nader stuk in ter onderbouwing.
De Raad van State heeft het hoger beroep behandeld en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Daarmee blijft het besluit van de staatssecretaris in stand om de aanvraag van de vreemdeling af te wijzen en de aanvraag voor haar kinderen niet in behandeling te nemen. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 21 september 2023.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de mvv-aanvraag en het niet in behandeling nemen van de aanvraag voor de kinderen.