ECLI:NL:RVS:2023:3508
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- E. Steendijk
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtmatigheid hernieuwde bewaring vreemdeling na eerdere onrechtmatige bewaring
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 14 februari 2023 opnieuw in bewaring nadat de rechtbank de eerdere bewaring van 6 februari 2023 onrechtmatig had verklaard en had bevolen deze op te heffen. De vreemdeling stelde dat de hernieuwde bewaring onrechtmatig was omdat de opheffing niet onmiddellijk plaatsvond en hij daardoor onrechtmatig langer vastzat.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris de eerste bewaring tijdig had opgeheven binnen de wettelijke termijn van zes uur na de uitspraak en dat het opnieuw in bewaring stellen op een juiste wettelijke grondslag was toegestaan. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dit oordeel en wijst erop dat de korte periode zonder wettelijke grondslag geen ernstige schending van het recht op vrijheid oplevert.
De Afdeling verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat een gebrek in een eerste bewaring niet automatisch leidt tot onrechtmatigheid van een opvolgende bewaring, tenzij sprake is van een ernstige schending. In dit geval is dat niet aannemelijk gemaakt. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de hernieuwde bewaring van de vreemdeling wordt als rechtmatig bevestigd.