ECLI:NL:RVS:2022:2363
Raad van State
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Beperking kennisneming vertrouwelijke stukken in hoger beroep vreemdelingenzaak
In deze bestuursrechtelijke zaak is hoger beroep ingesteld door zowel de vreemdeling als de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. De staatssecretaris heeft vertrouwelijke stukken overgelegd en verzocht dat alleen de Afdeling bestuursrechtspraak kennis neemt van deze stukken, op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Afdeling heeft een belangenafweging gemaakt tussen het belang van partijen om over alle relevante informatie te beschikken en het belang van de bestuursrechter om de zaak zorgvuldig te kunnen beoordelen, tegenover het algemeen belang en het belang van derden bij vertrouwelijkheid. Hierbij is meegewogen dat de vertrouwelijke informatie afkomstig is van buitenlandse autoriteiten en van belang is voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid.
De Afdeling concludeert dat het belang van de staatssecretaris bij vertrouwelijke internationale samenwerking zwaarder weegt dan het belang van de vreemdeling om kennis te nemen van de stukken. Daarom is het verzoek tot beperkte kennisneming van de stukken gerechtvaardigd en toegewezen. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige geheimhoudingskamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 17 augustus 2022.
Uitkomst: Verzoek tot beperkte kennisneming van vertrouwelijke stukken wordt toegewezen.