ECLI:NL:RVS:2023:314
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek opheffing ongewenstverklaring Unieburger
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 21 januari 2021 het verzoek van de vreemdeling om opheffing van zijn ongewenstverklaring af. Na een ongegrond verklaard bezwaar volgde op 1 juni 2022 een uitspraak van de rechtbank Den Haag die het beroep van de vreemdeling eveneens ongegrond verklaarde. De vreemdeling, een Unieburger, stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het hoger beroep niet tot vernietiging van de uitspraak leidt. De rechtbank had het juiste toetsingskader toegepast, waarbij de Terugkeerrichtlijn niet van toepassing is op Unieburgers, maar alleen op derdelanders. De vreemdeling kon zich niet beroepen op eerdere uitspraken die betrekking hadden op derdelanders.
Het hoger beroep bevatte geen vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming, zodat nadere motivering achterwege kon blijven. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot opheffing van de ongewenstverklaring wordt bevestigd.