ECLI:NL:RVS:2023:3070
Raad van State
- Hoger beroep
- A. ten Veen
- C.C.W. Lange
- N.H. van den Biggelaar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing te late aanvraag huurtoeslag 2018 wegens niet-verlengde termijn
Appellante diende op 29 augustus 2020 een aanvraag in voor huurtoeslag over 2018, die door de Belastingdienst/Toeslagen op 19 november 2020 werd afgewezen wegens overschrijding van de aanvraagtermijn die liep tot 1 september 2019. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij zij oordeelde dat appellante niet voldeed aan de voorwaarden voor termijnverlenging en dat haar beroep op het gelijkheids- en evenredigheidsbeginsel faalde.
Appellante stelde in hoger beroep dat haar situatie niet was verdisconteerd in de wetgeverafweging en dat het ontbreken van een hardheidsclausule onrechtvaardig was. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat artikel 15, eerste lid, van de Awir dwingend is en geen ruimte laat voor afwijking van de aanvraagtermijn. De Afdeling bevestigde dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn die een contra-legem toepassing van het evenredigheidsbeginsel rechtvaardigen.
De Afdeling verwijst naar eerdere jurisprudentie en de memorie van toelichting waarin de wetgever bewust heeft gekozen voor een strikte termijn vanwege het karakter van inkomensafhankelijke tegemoetkomingen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Belastingdienst/Toeslagen hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de huurtoeslagaanvraag 2018 bevestigd wegens overschrijding van de wettelijke termijn.