ECLI:NL:RBDHA:2024:21768
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag huur- en zorgtoeslag wegens te late indiening
Eiser heeft een aanvraag voor huur- en zorgtoeslag over 2022 ingediend nadat de wettelijke uiterste aanvraagdatum van 1 september 2023 was verstreken. Verweerder heeft de aanvraag daarom afgewezen. Eiser voerde aan dat hij de attenderingsbrief van verweerder te laat heeft gezien vanwege een vakantieperiode en dat dit bijzondere omstandigheden zou zijn.
De rechtbank overweegt dat de aanvraagtermijn van artikel 15, eerste lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) dwingendrechtelijk is en niet kan worden overschreden, tenzij sprake is van een ernstige onredelijkheid en bijzondere omstandigheden die de wetgever niet heeft voorzien. De rechtbank oordeelt dat dergelijke omstandigheden niet zijn aangetoond.
Verder is verweerder niet verplicht om attenderingsbrieven te versturen en het moment van verzending komt voor rekening en risico van eiser. De aanvraag werd pas op 26 september 2023 ontvangen, na de uiterste datum, en is daarom terecht afgewezen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt het betaalde griffierecht niet terug. De uitspraak is gedaan door rechter D. Biever op 11 december 2024.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de te laat ingediende aanvraag voor huur- en zorgtoeslag over 2022.