ECLI:NL:RVS:2023:2705
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving en kostenverhaal bestuursdwang wegens overtreding bestemmingsplan en milieuvoorschriften
De zaak betreft hoger beroep tegen besluiten van het college van gedeputeerde staten van Limburg waarin aan appellant en een vennootschap lasten onder bestuursdwang zijn opgelegd wegens overtredingen van milieuvergunningvoorschriften en het bestemmingsplan op percelen in Limburg.
De percelen waren verhuurd aan een recyclingbedrijf dat failliet ging, waarna de curator de sleutels aan appellant overhandigde. Het college stelde appellant verantwoordelijk voor het beëindigen van de overtredingen en legde kosten van bestuursdwang op. De rechtbank oordeelde dat appellant als overtreder van het bestemmingsplan kan worden aangemerkt en dat het college kostenverhaal mocht toepassen, maar vond dat het college onvoldoende had gemotiveerd dat appellant drijver was van de inrichting.
De Raad van State bevestigt het oordeel over het bestemmingsplan en kostenverhaal, wijst appellant's beroep af en verklaart het incidenteel hoger beroep van het college ongegrond. De Raad oordeelt dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd dat appellant drijver van de inrichting is en bevestigt de rechtbankuitspraak. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant en het incidenteel hoger beroep van het college worden ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.