ECLI:NL:RVS:2023:2511
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep in naturalisatiezaak wegens beleidswijziging
Verzoekster stelde hoger beroep in tegen een besluit van de staatssecretaris inzake haar naturalisatieverzoek. De staatssecretaris trok het besluit op bezwaar in en besloot opnieuw, waarbij verzoekster werd voorgedragen voor de Nederlandse nationaliteit. Verzoekster trok daarop haar hoger beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de staatssecretaris aan verzoekster was tegemoetgekomen door het besluit in te trekken en een nieuw besluit te nemen, mede ingegeven door het arrest van het Hof van Justitie inzake het Chavez-Vilchez-verblijfsrecht. Dit arrest bepaalde dat het verblijfsrecht niet langer als tijdelijk mocht worden aangemerkt, wat gevolgen had voor naturalisatie.
De Afdeling oordeelde dat er geen sprake was van gewijzigde omstandigheden maar van een beleidsmatige correctie die tegemoetkomt aan het betoog van verzoekster. Daarom werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten in bezwaar, beroep en hoger beroep, inclusief het griffierecht.
Uitkomst: De staatssecretaris is veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en griffierecht na intrekking van het hoger beroep.