ECLI:NL:RVS:2023:2251
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- B. Meijer
- J.C.A. de Poorter
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens niet-onderzoek verblijfsrecht in Italië
De vreemdeling, met de Somalische nationaliteit, vroeg om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in Nederland. De staatssecretaris wees deze aanvraag af omdat de vreemdeling geen geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) had en omdat hij niet aannemelijk had gemaakt dat zijn verblijfsrecht in Italië was beëindigd.
De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en oordeelde dat het aan de staatssecretaris was om te onderzoeken of het verblijfsrecht in Italië daadwerkelijk was beëindigd. De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep.
De Afdeling oordeelde dat het enkele verlopen van het Italiaanse verblijfsdocument niet automatisch betekent dat het verblijfsrecht is beëindigd, omdat dit pas door een besluit na individuele beoordeling kan eindigen. Het is aan de vreemdeling om aannemelijk te maken dat zijn verblijfsrecht is beëindigd, wat hij niet had gedaan. Ook werd geoordeeld dat de staatssecretaris de hoorplicht in bezwaar had geschonden, omdat de vreemdeling concrete omstandigheden had aangevoerd die een hoorzitting rechtvaardigden.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep en het beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris, en beval een nieuw besluit waarbij de vreemdeling gehoord moet worden. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en de vreemdeling moet worden gehoord bij een nieuw besluit.