ECLI:NL:RVS:2023:2195
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake uitstel van vertrek vreemdeling op grond van artikel 64 Vw 2000
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 13 maart 2020 een aanvraag van een Nigeriaanse vreemdeling om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 af. De vreemdeling maakte bezwaar, dat eveneens werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarbij zij de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte een actuele beoordeling van de risico’s voor de vreemdeling eiste, terwijl de toetsing zich moest beperken tot de feiten en het recht ten tijde van het besluit op bezwaar. De rechtbank had moeten uitgaan van de situatie waarin Italië nog verantwoordelijk was voor de asielprocedure.
De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep gegrond. Vervolgens oordeelde de Afdeling dat het beroep alsnog ongegrond is, omdat er geen andere beroepsgronden waren die de rechtbank niet had besproken. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep alsnog ongegrond verklaard.