ECLI:NL:RVS:2019:842
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- E. Steendijk
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing van uitspraak inzake buiten behandeling stelling uitzettingsverzoek
De staatssecretaris stelde een aanvraag van de vreemdeling om uitzetting achterwege te laten buiten behandeling. De vreemdeling maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling niet-ontvankelijk omdat hij geen belang zou hebben bij behandeling. De vreemdeling stelde dat hij bij toewijzing van zijn aanvraag in een gunstigere positie zou komen, met uitzicht op een verblijfsvergunning onder voorwaarden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het belang van de vreemdeling niet had erkend. Op grond van het Vreemdelingenbesluit 2000 kan het bestaan van uitzettingsbeletselen leiden tot versoepeling van de vereisten voor een verblijfsvergunning. Daarom was het hoger beroep gegrond en moest de uitspraak worden vernietigd.
De zaak werd terugverwezen naar de rechtbank voor inhoudelijke behandeling met inachtneming van deze overwegingen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling ter hoogte van €512,00.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor inhoudelijke behandeling.