ECLI:NL:RVS:2023:2076
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- J.Th. Drop
- H.J.M. Besselink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging aanwijzingsbesluit verbod vakantieverhuur Amsterdam wegens onevenredigheid
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam stelde bij besluit van 23 juni 2020 drie wijken aan als gebieden waar vakantieverhuur van woonruimten verboden is, met als doel de leefbaarheid te verbeteren vanwege de hoge toeristische druk. De rechtbank Amsterdam vernietigde dit besluit omdat het volgens haar in strijd was met de Huisvestingswet 2014 (Hvw). Het college ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het college wel bevoegd was het besluit te nemen en dat de Hvw ruimte biedt voor het aanwijzen van gebieden met een verbod op vakantieverhuur. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat het verbod niet mogelijk was onder de Hvw zoals die gold op het moment van het besluit. Wel stelt de Afdeling dat het college onvoldoende heeft onderzocht of minder vergaande maatregelen, zoals een quotum, mogelijk en effectief zouden zijn geweest.
Verder concludeert de Afdeling dat het aanwijzingsbesluit niet evenredig is omdat het een zeer ingrijpende maatregel betreft die alleen gerechtvaardigd kan zijn indien minder beperkende alternatieven zijn onderzocht en uitgesloten. Het college heeft niet voldaan aan deze onderzoeksplicht. Daarom vernietigt de Afdeling het aanwijzingsbesluit en verklaart de beroepen van Woonbootvereniging Amsterdam, Vereniging Amsterdam Gastvrij en een derde partij gegrond. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het aanwijzingsbesluit tot verbod op vakantieverhuur in drie Amsterdamse wijken wordt vernietigd wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel.