ECLI:NL:RVS:2023:1364
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning dakopbouw ondanks bezwaar schaduwhinder
Het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg verleende een omgevingsvergunning voor een dakopbouw op een woning in Voorburg, die in strijd is met het bestemmingsplan. Appellant, wonend schuin achter deze woning, maakte bezwaar vanwege schaduwhinder in zijn tuin en op zijn achtergevel. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt dit oordeel in hoger beroep.
De bezonningsstudies toonden een geringe schaduwwerking in de tuin van appellant gedurende enkele weken per jaar, maar geen hinder op de achtergevel. De Raad oordeelde dat deze beperkte schaduwhinder acceptabel is en dat het college terecht gebruikmaakte van de lichte TNO-norm. Ook de bezwaren over precedentwerking werden verworpen, omdat toekomstige vergunningaanvragen individueel worden beoordeeld.
Daarnaast stelde appellant een alternatief bouwplan voor met een minder diepe dakopbouw, maar dit alternatief werd als niet gelijkwaardig beoordeeld omdat het verlies van leefruimte en extra kosten met zich meebrengt. De Raad concludeert dat het hoger beroep ongegrond is en dat het college geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning voor de dakopbouw wordt bevestigd.