ECLI:NL:RVS:2023:1161
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- J.Th. Drop
- J.J.W.P. van Gastel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing Nederlanderschap wegens ontbreken nieuwe feiten
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees het verzoek van wederpartij om het Nederlanderschap te verkrijgen af op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangevoerd ten opzichte van eerdere verzoeken. Wederpartij had eerder twee verzoeken ingediend die ook waren afgewezen, waarbij onder meer het ontbreken van een gelegaliseerde geboorteakte een rol speelde.
De rechtbank oordeelde dat een brief van een in Irak gevestigde advocaat een nieuw feit vormde en verklaarde het beroep van wederpartij gegrond, waardoor de staatssecretaris werd verplicht een nieuw besluit te nemen. De staatssecretaris ging in hoger beroep en voerde aan dat de brief geen nieuw feit bevatte, omdat niet was aangetoond dat het onmogelijk was om een geboorteakte te verkrijgen.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het bestuursorgaan bevoegd is om een herhaalde aanvraag inhoudelijk te behandelen en dat nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden feiten zijn die na het eerdere besluit zijn voorgevallen of niet eerder konden worden aangevoerd. De inhoud van de brief voldeed niet aan deze criteria en kon het eerdere besluit niet afdoen.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd, het beroep tegen het bezwaar ongegrond verklaard en het besluit van 31 mei 2022 vernietigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en het beroep tegen het bezwaar is alsnog ongegrond verklaard.