ECLI:NL:RVS:2014:3991
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatieverzoek wegens onvoldoende identiteitsbewijs
De staatssecretaris heeft het verzoek van appellant om het Nederlanderschap te verkrijgen afgewezen omdat zij niet voldeed aan de vereiste bewijsvoering van haar identiteit. Appellant had een Iraaks paspoort, een verklaring onder ede, een bewijs van vermissing van haar geboorteakte en een verklaring van de Iraakse ambassade overgelegd.
De rechtbank oordeelde dat deze documenten onvoldoende waren omdat volgens de geldende Handleiding voor de Rijkswet op het Nederlanderschap een gelegaliseerde geboorteakte vereist is als brondocument. Het paspoort alleen volstaat niet, ook al zijn de geboortegegevens daarin vermeld, omdat deze zijn ontleend aan de geboorteakte.
Appellant voerde aan dat het paspoort en de verklaring onder ede voldoende waren, maar de Afdeling stelde dat een verklaring onder ede niet gelijkgesteld kan worden aan een gelegaliseerde akte. De inschrijving in de basisregistratie personen op basis van de verklaring onder ede is onvoldoende voor naturalisatie.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek bevestigd wegens onvoldoende bewijs van identiteit.