ECLI:NL:RVS:2022:523
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 11 augustus 2021 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling ging hiertegen in beroep bij de rechtbank Den Haag, die het beroep op 22 oktober 2021 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling stelde vast dat de vreemdeling nog steeds in Nederland verbleef en belang had bij de beoordeling van het hoger beroep. De kern van het geschil betrof de geloofwaardigheid van de vreemdeling die stelde homoseksueel te zijn en daardoor gevaar liep in Ghana. De staatssecretaris had dit niet geloofwaardig geacht, maar had onvoldoende gemotiveerd hoe hij rekening had gehouden met de overgelegde ondersteunende stukken, waaronder verklaringen van derden en een verklaring met notarisstempel.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris niet voldeed aan zijn motiveringsplicht zoals vereist volgens eerdere jurisprudentie. De verklaringen waren niet voldoende beoordeeld en sommige stukken waren geheel niet besproken. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het besluit van de staatssecretaris vernietigd en de zaak terugverwezen voor een nieuwe beoordeling waarbij de stukken in onderlinge samenhang moeten worden meegewogen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe beoordeling.