ECLI:NL:RVS:2022:3785
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Verlenging huisverbod Dordrecht na meervoudig letsel echtgenote bevestigd
Op 18 september 2021 legde de burgemeester van Dordrecht een huisverbod op aan appellant na een melding van zijn echtgenote die met meervoudig letsel werd aangetroffen. Het huisverbod werd op 27 september 2021 verlengd tot 16 oktober 2021. Appellant stelde beroep in tegen deze verlenging en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter hield op 1 oktober 2021 een zitting waarna het huisverbod op 6 oktober werd ingetrokken, maar appellant handhaafde zijn beroep.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond zonder zitting, hetgeen appellant betwistte omdat hij expliciet had aangegeven het beroep niet in te trekken. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte zonder zitting uitspraak deed en vernietigde het vonnis. De Raad behandelde het beroep zelf inhoudelijk.
Appellant voerde onder meer aan dat de burgemeester niet had gemotiveerd waarom het huisverbod verlengd kon worden, dat er sprake was van dubbele bestraffing vanwege een strafrechtelijke gedragsaanwijzing, en dat minder ingrijpende maatregelen mogelijk waren. De Raad stelde dat het huisverbod een bestuurlijke maatregel is en geen straf, dat de burgemeester op basis van het letsel en eerdere overtreding van het verbod terecht het gevaar voortzette, en dat de belangen zorgvuldig waren afgewogen.
De Raad concludeerde dat de burgemeester bevoegd was tot verlenging van het huisverbod, dat het belang van hulpverlening en veiligheid zwaarder woog dan de nadelige gevolgen voor appellant, en dat er geen strijd was met artikel 8 EVRM Pro. Het beroep werd ongegrond verklaard en de burgemeester werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten in hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van het huisverbod wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.