ECLI:NL:RVS:2022:3740
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over niet-verknochtheid van toevoegingen in Ziektewetzaken
De raad voor rechtsbijstand had twee afzonderlijke vergoedingen voor toevoegingen aan een maatschap ingetrokken en herzien, omdat zij deze als samenhangend beschouwde. De maatschap had bezwaar gemaakt en de rechtbank verklaarde het beroep van de maatschap gegrond, oordelend dat de zaken niet naar hun aard verknocht zijn omdat zij verschillende feitencomplexen en juridische vragen betreffen.
De raad stelde in hoger beroep dat de rechtbank een te beperkte uitleg gaf aan het begrip 'naar hun aard verknocht' en dat de zaken dezelfde problematiek betreffen, namelijk de Ziektewetuitkering van dezelfde persoon. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat hoewel de zaken gelijktijdig door de Centrale Raad van Beroep zijn behandeld, de inhoudelijke samenhang ontbreekt omdat de feitencomplexen en rechtsvragen wezenlijk verschillen.
De Afdeling bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de zaken niet als verknocht mogen worden aangemerkt. Hierdoor was het intrekken en herzien van de vergoeding door de raad onterecht. Het hoger beroep van de raad werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep van de raad wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.