ECLI:NL:RVS:2022:3151
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schadevergoeding mijnbouwschade monumentale boerderij te Hoogkerk
Appellant, eigenaar van een monumentale boerderij te Hoogkerk, diende een schadeclaim in wegens mijnbouwschade. Na eerdere besluiten van de Tijdelijke Commissie en het Instituut Mijnbouwschade Groningen werd een vergoeding van €30.424,05 toegekend. Appellant betwistte de onafhankelijkheid van het Instituut, de hoogte van de vergoeding en de toegepaste herstelmethodes.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Afdeling dat het Instituut als zelfstandig bestuursorgaan onafhankelijk en onpartijdig functioneert, waarbij deskundigen van 10BE zonder belangenverstrengeling zijn ingeschakeld. Het bewijsvermoeden werd adequaat toegepast, waarbij schade 32 werd toegeschreven aan zettingsschade en niet aan mijnbouwactiviteiten.
De Afdeling oordeelt dat het Instituut bevoegd was om schades die identiek zijn aan eerder door de NAM beoordeelde schades niet te behandelen. Het uniform calculatiemodel voor herstelkosten is rechtmatig toegepast, waarbij rekening is gehouden met de monumentale status van de woning. Appellant heeft onvoldoende concrete aanknopingspunten aangevoerd om het adviesrapport te betwisten.
De Afdeling wijst het hoger beroep af en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Appellant wordt gewezen op de mogelijkheid om nieuwe of verergerde schades bij het Instituut te melden en een AOS-melding te doen bij acuut onveilige situaties.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.