ECLI:NL:RVS:2022:2805
Raad van State
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek tot beperkte kennisneming in hoger beroep vreemdeling
De vreemdeling en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid hebben hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch. De staatssecretaris verzocht om beperkte kennisneming van vertrouwelijke stukken, waaronder een brief van de Britse autoriteiten en een document aangeduid als bijlage B1, vanwege het belang van vertrouwelijke informatie-uitwisseling met buitenlandse autoriteiten ter handhaving van de openbare orde en veiligheid.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State had eerder op 17 augustus 2022 besloten dat de beperking van kennisneming gerechtvaardigd was. De vreemdeling verzocht om herziening van deze beslissing, stellende dat zijn fundamentele recht op gelijke proceskansen en het recht op hoor en wederhoor waren geschonden doordat de Afdeling de geheimhoudingsbeslissing nam zonder kennis te nemen van de beroepsgronden.
De Afdeling overwoog dat terugkomen op een dergelijke beslissing slechts in zeer uitzonderlijke gevallen mogelijk is, bijvoorbeeld bij evidente misslagen of nieuwe feiten. Na hernieuwde beoordeling, waarbij ook de beroepsgronden van de vreemdeling werden betrokken, concludeerde de Afdeling dat het belang van de staatssecretaris om vertrouwelijk informatie te kunnen uitwisselen met buitenlandse autoriteiten zwaarder weegt dan het belang van de vreemdeling om kennis te nemen van de stukken.
De Afdeling wees het verzoek om herziening af en bevestigde de eerdere geheimhoudingsbeslissing. Tevens werd benadrukt dat de beoordeling van de motivering van het besluit en de inhoud van de geheime stukken in de bodemprocedure zal plaatsvinden, waarbij rekening wordt gehouden met de moeilijke bewijspositie van de vreemdeling.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de geheimhoudingsbeslissing wordt afgewezen en de beperking van kennisneming blijft gehandhaafd.