ECLI:NL:RVS:2022:1885
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- D.A. Verburg
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel na niet-in-behandeling-neming
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 18 mei 2022 besloten om de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling, mede namens haar minderjarige kind, heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 13 juni 2022 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De kern van het geschil betrof de vraag of de overdracht van de vreemdeling aan Frankrijk op grond van de Dublinverordening een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 EU Pro Handvest inhoudt, vanwege mogelijke uitzetting naar het land van herkomst.
De Raad van State verwees naar eerdere uitspraken van dezelfde dag waarin deze rechtsvraag is beantwoord en concludeerde dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het verschil in beschermingsbeleid tussen Frankrijk en Nederland zodanig is dat overdracht leidt tot een reëel risico op refoulement. Ook zag de Raad geen reden om de zaak aan te houden in afwachting van prejudiciële vragen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning asiel en verklaart het hoger beroep ongegrond.