ECLI:NL:RVS:2022:188
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- H.G. Sevenster
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering machtiging tot voorlopig verblijf op grond van artikel 20 VWEU
De vreemdeling, een minderjarige met de Dominicaanse nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij zijn moeder in Nederland te verblijven. De moeder heeft een verblijfsvergunning en een Nederlandse zoon. De staatssecretaris wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat de weigering in strijd is met artikel 20 van Pro het VWEU, omdat het afwijzen van de aanvraag ertoe leidt dat zijn moeder en broer Nederland moeten verlaten, wat het effectieve genot van het Unieburgerschap van zijn broer zou ontnemen. De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de vreemdeling geen afgeleid verblijfsrecht toekomt en dat hij had moeten onderzoeken of de weigering ertoe leidt dat de moeder en haar Nederlandse zoon het grondgebied van de Unie moeten verlaten.
De Afdeling vernietigde daarom het besluit van 31 januari 2020 en het vonnis van de rechtbank. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De Afdeling benadrukte dat de toelichting van de moeder over het uitstellen van de aanvraag meegewogen had moeten worden en dat de vreemdeling en zijn moeder gehoord hadden moeten worden.
De grieven 1 en 3 werden ongegrond verklaard omdat deze geen belang hadden voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en het besluit vernietigd.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.