ECLI:NL:RBDHA:2022:1136
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen afwijzing mvv-aanvraag op grond van artikel 20 VWEU en Chavez Vilchez-arrest
Eiser, een 10-jarige jongen met de Surinaamse nationaliteit, vroeg een mvv aan om bij zijn moeder (referente) in Nederland te verblijven. Referente verblijft sinds 2018 in Nederland met haar andere minderjarige kinderen die de Nederlandse nationaliteit hebben. De aanvraag werd afgewezen vanwege het niet voldoen aan het middelenvereiste.
De rechtbank beoordeelde of verweerder had moeten toetsen aan artikel 20 VWEU Pro en het Chavez Vilchez-arrest, die bepalen dat in bijzondere situaties verblijfsrecht moet worden toegekend om het Unieburgerschap effectief te laten zijn. De rechtbank oordeelde dat verweerder ten onrechte niet heeft onderzocht of de weigering om eiser toe te laten, referente en haar Nederlandse kinderen feitelijk zou dwingen de Unie te verlaten.
Ook werd geoordeeld dat de belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM Pro niet zorgvuldig was gemaakt, omdat eiser en referente niet zijn gehoord. De rechtbank vernietigde het besluit, bepaalde dat verweerder binnen vier weken een nieuw besluit moet nemen en veroordeelde verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; verweerder moet binnen vier weken een nieuw besluit nemen.