ECLI:NL:RVS:2022:1767
Raad van State
- Hoger beroep
- R. Uylenburg
- J. Gundelach
- G.O. van Veldhuizen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek tegen hoogspanningsmasten en -leiding in Abcoude
Het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen wees het verzoek van bewoners en ondernemers in Abcoude af om handhavend op te treden tegen hoogspanningsmasten 146 en 147 en het gebruik van de hoogspanningsleiding op hun percelen. De bewoners vorderden dit wegens vermeende strijd met bestemmingsplannen en gezondheidsklachten door magneetvelden.
De rechtbank oordeelde dat het handhavingsverzoek uitsluitend betrekking had op masten 146 en 147 en de tussenliggende leidingen, en dat het gebruik binnen de bestemmingsplannen viel. Wel stelde de rechtbank dat de masten zonder omgevingsvergunning waren gebouwd, maar gaf het college de gelegenheid dit te herstellen. Het college verleende vervolgens alsnog een omgevingsvergunning, waardoor de overtreding werd opgeheven.
In hoger beroep betoogden de appellanten dat ook mast 148 betrokken moest worden en dat het gebruik en de bouw in strijd waren met de planregels, mede vanwege een rapport dat een te hoge magneetveldbelasting constateerde. De Afdeling oordeelde dat het handhavingsverzoek niet op mast 148 zag en dat de planregels bescherming bieden tegen magneetveldbelasting alleen voor nieuwe, niet bestaande, objecten. De hoogspanningsmasten en het gebruik daarvan zijn bestaand en toegestaan. Ook is het bevestigen van geleiders geen bouwactiviteit die vergunningplichtig is.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de eerdere uitspraken dat het college terecht niet handhavend optrad. De proceskostenveroordeling werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de eerdere uitspraken worden bevestigd dat het college terecht niet handhavend heeft opgetreden.