ECLI:NL:RVS:2022:1597
Raad van State
- Hoger beroep
- J.E.M. Polak
- J. Gundelach
- M. Soffers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gedoogplicht voor aanleg en instandhouding ondergrondse hoogspanningsverbinding
TenneT verzocht de minister om een gedoogplicht op te leggen aan appellant voor het gebruik van diens perceel ten behoeve van een ondergrondse 150 kV-hoogspanningsverbinding. Dit verzoek volgde op het ontbreken van overeenstemming over het gebruik van de grond. De minister legde de gedoogplicht op en verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit, waarna appellant hoger beroep instelde.
In hoger beroep betoogde appellant dat TenneT geen serieuze en redelijke poging had gedaan om tot overeenstemming te komen, onder meer vanwege de eis van een zakelijk recht voor onbepaalde duur en ongunstige voorwaarden voor toekomstschade. De Raad van State oordeelde dat TenneT wel degelijk vanaf 2016 overleg voerde en een formeel aanbod deed, en dat het vasthouden aan een zakelijk recht voor onbepaalde tijd niet onredelijk was gezien het belang van leveringszekerheid.
Verder werd geoordeeld dat de minister terecht aannam dat een serieuze poging tot minnelijke oplossing was gedaan, ook al bleef TenneT vasthouden aan haar standaardovereenkomst. De toezegging van TenneT dat geen commercieel medegebruik zou plaatsvinden, werd als voldoende serieus beschouwd, ook al was dit niet in de overeenkomst vastgelegd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant is ongegrond verklaard en de gedoogplicht bevestigd.