Uitspraak
Datum uitspraak: 18 mei 2022
BESTUURSRECHTSPRAAK
voorzitter
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Raad van State
Appellante sub 1, eigenaar van een perceel met pluimveehouderij te Heusden, verzocht om een tegemoetkoming in planschade wegens beperkingen door de Verordening Ruimte 2014 (VR2014). Het college van gedeputeerde staten wees dit verzoek af, wat door de rechtbank werd bevestigd. De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt deze uitspraak en het besluit van het college.
De Afdeling oordeelt dat artikel 34 van Pro de VR2014 wel degelijk een rechtstreekse weigeringsgrond bevat zoals bedoeld in artikel 2.10 Wabo, en dat deze bepaling niet van tijdelijke aard is. De rechtbank heeft ten onrechte fluctuaties in achtergrondconcentraties fijnstof en geur na de peildatum betrokken bij haar oordeel, terwijl alleen de situatie op de peildatum relevant is.
Verder is vastgesteld dat het oude planologische regime ruimte bood voor bedrijfsbebouwing tot 2.500 m2 per bouwwerk, en dat het bouwverbod uit het bestemmingsplan 'Asten Archeologie 2012' uitzonderingen kende. De Afdeling draagt het college op binnen 26 weken een nieuw besluit te nemen, gebaseerd op een deskundigenadvies dat een vergelijking maakt tussen het oude regime en artikel 34 van Pro de VR2014, en daarbij de omvang van het planologisch nadeel en het aandeel dat voor rekening van appellante sub 1 behoort te blijven, vaststelt.
Het college wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht. Tegen het nieuwe besluit kan alleen beroep worden ingesteld bij de Afdeling.
Uitkomst: Het besluit van het college wordt vernietigd en het college wordt opgedragen binnen 26 weken een nieuw besluit te nemen met een nieuwe deskundige beoordeling.