ECLI:NL:RBZWB:2024:4216
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om tegemoetkoming planschade wegens bestemmingsplan Rucphen
Eisers hebben een verzoek ingediend om tegemoetkoming in planschade als gevolg van beperkingen in het bestemmingsplan van de gemeente Rucphen, specifiek artikel 3.2.1 sub a onder e, dat een verbod op uitbreiding van bedrijfsbebouwing bevat. Het college heeft dit verzoek op 25 april 2023 afgewezen en het bezwaar van eisers ongegrond verklaard. De rechtbank toetst het beroep tegen deze afwijzing zonder de rechtmatigheid van het bestemmingsplan zelf te beoordelen.
De rechtbank stelt vast dat het bestemmingsplan in overeenstemming is met artikel 34 van Pro de Verordening Ruimte 2014, welke strikte voorwaarden stelt aan uitbreidingen van veehouderijen. Hierdoor is er geen aanvullende planschade ontstaan door het bestemmingsplan zelf. Eisers kunnen daarom geen aanspraak maken op vergoeding van planschade.
Eisers voerden aan dat het college niet tijdig heeft beslist en daardoor onzorgvuldig heeft gehandeld. De rechtbank oordeelt echter dat artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening dwingend is en dat het college geen beoordelingsruimte heeft om belangen af te wegen. Ook is het toetsingsverbod van artikel 120 Grondwet Pro van toepassing, waardoor toetsing aan algemene rechtsbeginselen niet mogelijk is. De rechtbank concludeert dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een afwijkende beoordeling rechtvaardigen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor de afwijzing van het verzoek om planschadevergoeding in stand blijft. Eisers krijgen geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om planschadevergoeding blijft in stand.