ECLI:NL:RVS:2021:740
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- E. Steendijk
- P.H.A. Knol
- Rechtspraak.nl
Herroeping last onder dwangsom wegens onduidelijke omschrijving en vernietiging invorderingsbesluit
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht legde aan [appellant] meerdere lasten onder dwangsom en bestuurlijke boetes op wegens het zonder vergunning verbouwen van woningen tot meerdere zelfstandige woonruimten. [Appellant] voerde onder meer aan dat de gemeentelijke huisvestingsverordening onvoldoende was gemotiveerd, de inspecteurs niet bevoegd waren en de lasten onder dwangsom onduidelijk waren geformuleerd.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de gemeentelijke verordening voldoende is onderbouwd en dat de inspecteurs bevoegd waren de woningen te controleren en de basisregistratie personen te raadplegen. Wel is vastgesteld dat de lasten onder dwangsom onvoldoende concreet zijn omschreven, waardoor het rechtszekerheidsbeginsel is geschonden.
Daarom worden de besluiten tot oplegging van de last onder dwangsom herroepen en het invorderingsbesluit vernietigd. De opgelegde bestuurlijke boetes blijven in stand omdat de procedurele onregelmatigheden geen bijzondere omstandigheden vormen voor matiging. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht wordt aan [appellant] terugbetaald.
Uitkomst: Lasten onder dwangsom worden herroepen wegens onduidelijke omschrijving, invorderingsbesluit vernietigd, boetes bevestigd en proceskosten aan appellant toegekend.