ECLI:NL:RBROT:2019:1834
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.G.L. de Vette
- A.I. van Strien
- M. de Rooij
- Rechtspraak.nl
Huisvestingsverordening Rotterdam onverbindend wegens gebrek aan schaarste goedkope woonruimte
Eisers, eigenaar en gebruiker van een woning in Rotterdam, kregen bestuurlijke boetes opgelegd wegens het zonder vergunning omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte. De boetes waren gebaseerd op de Huisvestingsverordening van Rotterdam, die regels stelt voor vergunningplicht bij kamerbewoning.
Eisers stelden dat de Huisvestingsverordening onverbindend is omdat de gemeente niet heeft aangetoond dat er sprake is van schaarste aan goedkope woonruimte, een vereiste volgens artikel 2 van Pro de Huisvestingswet 2014. De rechtbank oordeelde dat de gemeenteraad slechts bevoegd is een huisvestingsverordening vast te stellen indien dit noodzakelijk en geschikt is om onevenwichtige effecten van schaarste aan goedkope woonruimte te bestrijden.
De gemeente had bij het vaststellen van de verordening geen onderbouwing geleverd dat er schaarste is, en erkende in haar eigen woonvisie juist een overmaat aan goedkope woningen. Hierdoor was de Huisvestingsverordening onverbindend en konden de boetes niet worden gehandhaafd.
De rechtbank vernietigde de bestreden besluiten en herroept de primaire besluiten, waardoor eisers de boetes niet hoeven te betalen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en proceskosten.
Uitkomst: De opgelegde bestuurlijke boetes worden vernietigd omdat de Huisvestingsverordening onverbindend is wegens gebrek aan schaarste aan goedkope woonruimte.