ECLI:NL:RVS:2021:705
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- D.A. Verburg
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens onrechtmatige vrijheidsontnemende maatregel en toekenning schadevergoeding
Bij besluit van 12 december 2020 legde de staatssecretaris een vrijheidsontnemende maatregel op aan de vreemdeling, die in de grensprocedure zijn asielaanvraag indiende. Deze aanvraag werd op 26 december 2020 afgewezen, zonder dat de vreemdeling beroep instelde. Op 5 januari 2021 wijzigde de staatssecretaris de wettelijke grondslag van de maatregel, terwijl de termijn voor het instellen van beroep op 2 januari 2021 was verstreken.
De vreemdeling stelde dat de maatregel vanaf 3 januari 2021 onrechtmatig was omdat de wijziging van de wettelijke grondslag niet tijdig plaatsvond. De Raad van State bevestigde dit en oordeelde dat de staatssecretaris uiterlijk op 4 januari 2021 de grondslag had moeten aanpassen. Omdat dit pas op 5 januari 2021 gebeurde, was de maatregel vanaf 3 januari 2021 onrechtmatig.
De rechtbank had het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard, maar de Raad van State vernietigde deze uitspraak en verklaarde het beroep gegrond. Omdat de maatregel inmiddels was opgeheven, was een bevel tot opheffing niet nodig. Wel werd aan de vreemdeling een schadevergoeding toegekend over de periode dat de maatregel onrechtmatig was, en werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: De vrijheidsontnemende maatregel was onrechtmatig vanaf 3 januari 2021, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding en proceskosten toegekend.