ECLI:NL:RBDHA:2023:20343
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortduring vreemdelingenbewaring na wijziging verblijfstatus
Eiser verbleef in vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. Na beëindiging van zijn asielprocedure op 11 december 2023 wijzigde zijn verblijfstatus, waardoor de oorspronkelijke grondslag van de maatregel kwam te vervallen. De staatssecretaris heeft niet binnen de 48 uur de maatregel omgezet, maar pas op 13 december 2023 opgeheven.
De rechtbank stelt dat het voortduren van de maatregel tussen 11 en 13 december onrechtmatig was, omdat de staatssecretaris de maatregel niet tijdig heeft aangepast of beëindigd. De veronderstelling van de staatssecretaris dat de 48 uur ook als bedenktijd geldt om te beslissen over omzetting of opheffing wordt door de rechtbank verworpen.
Het beroep van eiser wordt gegrond verklaard en hij ontvangt een schadevergoeding van €300 voor drie dagen onrechtmatige vrijheidsontneming. Daarnaast wordt de staat veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €1.674. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, oordeelt dat de bewaring onrechtmatig is voortgezet en kent een schadevergoeding van €300 toe.