ECLI:NL:RVS:2021:553
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling omgevingsvergunning voor wijziging gemeentelijk monument en toetsing redelijke eisen van welstand
Het geschil betreft de verlening van een omgevingsvergunning door het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg voor het wijzigen van een beschermd gemeentelijk monument, met name het gedeeltelijk vervangen van het dak met nieuwe dakpannen. Appellant, wonend op een aangrenzend perceel, betwist de vergunning vanwege aantasting van monumentale waarden en strijd met redelijke eisen van welstand.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft eerder geoordeeld dat het college in redelijkheid mocht oordelen dat de aantasting van monumentale waarden niet onaanvaardbaar is en dat een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen vereist is. In deze procedure staat de toetsing aan de redelijke eisen van welstand centraal.
Appellant voert aan dat het bouwplan de stedenbouwkundige aspecten verstoort en dat het welstandsadvies gebrekkig tot stand is gekomen. De Afdeling oordeelt dat het college het welstandsadvies op zorgvuldige wijze heeft betrokken, dat het advies begrijpelijk is en de conclusies aansluiten. De bezwaren over de deskundigheid van de welstandscommissie en de inhoud van het advies worden verworpen.
Verder stelt appellant dat het college niet tijdig op zijn bezwaren heeft beslist en daarom een dwangsom verschuldigd is. De Afdeling stelt vast dat het college wel degelijk heeft beslist op het bezwaar, zij het mogelijk niet tijdig, maar geen dwangsom verschuldigd is omdat geen ingebrekestelling is ontvangen.
De Afdeling verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de rechtmatigheid van het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en de vergunning blijft van kracht.