ECLI:NL:RVS:2019:4396
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake omgevingsvergunning wijziging gemeentelijk monument te Leidschendam
Het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg verleende op 23 februari 2017 een omgevingsvergunning voor het wijzigen van een gemeentelijk monument. De vergunning betrof het gedeeltelijk vervangen van dakpannen op het dak van een woning die als gemeentelijk monument is beschermd. De rechtbank verklaarde het bezwaar van een omwonende gegrond en vernietigde het besluit van het college. Het college ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het college terecht onderscheid maakte tussen het achter- en voordakvlak van het monument, waarbij het achterdakvlak minder waarde toekomt vanwege de beperkte zichtbaarheid. De toepassing van nieuwe dakpannen op het achterdakvlak leidt weliswaar tot aantasting van de monumentale waarden, maar deze is niet dusdanig dat de vergunning geweigerd moet worden. Wel stelde de Afdeling vast dat het college ten onrechte had geoordeeld dat voor de activiteit bouwen geen vergunning nodig was, omdat het vervangen van dakpannen geen gewoon onderhoud is gezien de afwijkingen in maat en profilering.
Daarom vernietigde de Afdeling het besluit van 19 juni 2017 voor zover de vergunningaanvraag voor bouwen buiten behandeling was gelaten en bepaalde dat het college een nieuw besluit moet nemen over deze aanvraag. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, behoudens de beslissingen over proceskosten en griffierecht. Tevens werd bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is.
De Afdeling wees verder de bezwaren tegen het advies van de provinciale monumentencommissie af, ondanks de verwarring over de naamgeving en samenstelling van de commissie. De beoordeling van welstandsaspecten werd buiten beschouwing gelaten omdat deze niet aan de orde waren bij de vergunning voor het wijzigen van het monument. Het hoger beroep van het college werd gegrond verklaard, het beroep van de omwonende eveneens, en het geschil werd verwezen naar een nieuwe besluitvorming.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college is gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het besluit van 19 juni 2017 gedeeltelijk vernietigd wegens onjuiste vergunningverlening.