ECLI:NL:RVS:2021:2642
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek terugkomen van schorsing en intrekking asbestverwijderingscertificaat
Het bedrijf, actief in asbestsanering, had bij TÜV Nederland QA B.V. verzocht om terug te komen van de eerdere besluiten tot schorsing en intrekking van haar asbestverwijderingsprocescertificaat. Deze besluiten waren genomen na constatering van afwijkingen tijdens een controle op een projectlocatie in maart 2017. De rechtbank had eerder de beroepen tegen deze besluiten ongegrond verklaard.
TÜV wees het verzoek van het bedrijf af op grond van artikel 4:6, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat het bedrijf geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd. Het bedrijf stelde in hoger beroep dat TÜV onjuist het certificatieschema had toegepast, wat een nieuw feitelijk inzicht zou zijn.
De Raad van State oordeelde dat dit betoog geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormt zoals bedoeld in artikel 4:6 Awb Pro, omdat deze argumenten reeds in eerdere procedures waren aangevoerd en het hoger beroep daartegen niet-ontvankelijk was verklaard wegens termijnoverschrijding. Ook was er geen sprake van een evident onredelijke beslissing. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van het bedrijf tegen de afwijzing van het verzoek om terug te komen van de schorsing en intrekking van het procescertificaat is ongegrond verklaard.