ECLI:NL:RVS:2021:2508
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- N. Verheij
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek tegen NS wegens verwerking reisgegevens
Appellant verzocht de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) om handhavend op te treden tegen NS wegens vermeende overtreding van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) door verwerking van reisgegevens bij het Traject Vrij-abonnement. Hij stelde dat het in- en uitchecken onnodig was en dat het opladen van een anonieme OV-chipkaart met contant geld beperkt is, waardoor privacy wordt geschonden.
De AP wees het verzoek af, wat door de rechtbank werd bevestigd. In hoger beroep stelde appellant dat er geen rechtsgeldige overeenkomst met NS bestaat vanwege de monopoliepositie, dat alternatieven voor gegevensverwerking mogelijk zijn, en dat de AP onvoldoende onderzoek deed. De Raad van State oordeelde dat er wel degelijk een overeenkomst is, dat de verwerking van reisgegevens noodzakelijk is voor uitvoering van die overeenkomst en dat de AP een zorgvuldig en onafhankelijk onderzoek heeft verricht.
De Raad vond dat de verwerking van reisgegevens proportioneel en subsidiariteit in acht nemend is, mede vanwege wettelijke verplichtingen zoals de GTBV-regeling. Alternatieven zoals directe anonimisering of gebruik van zichtkaart met anonieme OV-chipkaart zijn niet redelijk uitvoerbaar. Ook is het opladen met contant geld mogelijk, zij het beperkt, en vormt dit geen overtreding van de Wbp.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland, waarmee het handhavingsverzoek tegen NS definitief werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het handhavingsverzoek tegen NS bevestigd.