ECLI:NL:RVS:2021:2119
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A. Verburg
- G.M.H. Hoogvliet
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Nederlanderschap op grond van tijdelijk verblijfsrecht Chavez-Vilchez
De appellant, geboren in 1978 en houder van de Marokkaanse nationaliteit, verzocht om naturalisatie tot Nederlander. Haar verblijfsrecht was gebaseerd op een Chavez-Vilchezverblijfsrecht, een afgeleid verblijfsrecht als familielid van een Nederlandse Unieburger, dat een tijdelijk karakter heeft en eindigt zodra haar kinderen meerderjarig worden of niet langer afhankelijk zijn.
De staatssecretaris wees het verzoek af op grond van artikel 8 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap, omdat het verblijfsrecht niet duurzaam is en er bedenkingen zijn tegen verblijf voor onbepaalde tijd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de appellant stelde hoger beroep in.
De Afdeling overwoog dat het Chavez-Vilchezverblijfsrecht niet gelijkgesteld kan worden met een verblijfsrecht op basis van artikel 8 EVRM Pro, dat een niet-tijdelijk karakter heeft. De naturalisatieprocedure en verblijfsrechtelijke procedure zijn gescheiden, en prejudiciële vragen over de aard van het verblijfsrecht zijn niet relevant voor deze zaak.
Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard en is de afwijzing van het Nederlanderschap bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het Nederlanderschap bevestigd.