ECLI:NL:RBROT:2021:12802
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek op grond van tijdelijk Chavez-Vilchez verblijfsrecht
Eiseres, met de Kaapverdische nationaliteit en verblijvend in Nederland sinds 2013 op grond van een Chavez-Vilchez verblijfsrecht via haar minderjarige Nederlandse dochter, verzocht op 9 maart 2020 om naturalisatie. Verweerder wees dit verzoek af omdat het Chavez-Vilchez verblijfsrecht een tijdelijk karakter heeft, waardoor er bedenkingen bestaan tegen verblijf voor onbepaalde tijd in Nederland volgens artikel 8 RWN Pro.
Eiseres stelde dat haar verblijfsrecht gelijkgesteld moet worden aan langdurig verblijf en dat het weigeren van naturalisatie kennelijk onredelijk is, mede omdat zij geen sterker verblijfsrecht kan verkrijgen. De rechtbank oordeelde echter dat het verblijfsrecht van eiseres inherent tijdelijk is, eindigend bij meerderjarigheid van haar dochter, en dat dit een legitieme grond is voor afwijzing.
De rechtbank wees het verzoek af om het antwoord op prejudiciële vragen van het Hof van Justitie af te wachten, omdat de naturalisatieprocedure gescheiden is van de verblijfsrechtelijke procedure. Ook wees zij het verzoek om vergoeding van betaalde leges af, aangezien de burgemeester een eigen rol heeft en verweerder niet gebonden is aan diens advies.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De uitspraak benadrukt dat de beoordeling van verblijfsrechten in naturalisatieprocedures strikt is en dat tijdelijke verblijfsrechten zoals het Chavez-Vilchez verblijfsrecht niet leiden tot recht op naturalisatie.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het naturalisatieverzoek wordt ongegrond verklaard en het verzoek om terugbetaling van leges wordt afgewezen.