ECLI:NL:RVS:2021:1936
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam een asielaanvraag van een vreemdeling niet in behandeling. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en beval een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van de rechtbankuitspraak op te schorten. De voorzieningenrechter overwoog dat het voorstelbaar is dat het Hof van Justitie zal bepalen dat voorlopige voorzieningen die leiden tot opschorting van de overdrachtstermijn niet in strijd zijn met de Dublinverordening.
Daarom werd de bestaande rechtspraaklijn voortgezet en werd de voorlopige voorziening toegewezen. Dit betekent dat de staatssecretaris de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist. De vreemdeling behoudt rechtmatig verblijf en opvang zolang de zaak loopt.
Uitkomst: De staatssecretaris hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.