ECLI:NL:RVS:2021:158
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens illegale bewoning in bestemmingsplan Bos
Het college van burgemeester en wethouders van Winterswijk heeft bij besluit van 18 mei 2018 aan appellant onder dreiging van een dwangsom bevolen de bewoning van een bouwwerk op een perceel met de bestemming 'Bos' te beëindigen. Appellant woont sinds 2001 in het bouwwerk dat oorspronkelijk als berging diende en later geschikt werd gemaakt voor bewoning, hetgeen in strijd is met het bestemmingsplan 'Buitengebied Winterswijk'. Na een bezwaar- en beroepsprocedure bij de rechtbank Gelderland, die het beroep ongegrond verklaarde, is hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Appellant voerde aan dat bijzondere omstandigheden, zoals haar niet aangeboren hersenletsel (NAH) en het vertrouwensbeginsel, handhaving onevenredig maken. De Afdeling oordeelt dat medische omstandigheden slechts in zeer uitzonderlijke gevallen tot afzien van handhaving kunnen leiden en dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat bewoning medisch noodzakelijk is. Daarnaast is een taxatieverslag geen toezegging en kon appellant geen gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen aan het uitblijven van handhaving gedurende jaren.
Het beleidskader voor recreatiewoningen is niet van toepassing omdat het bouwwerk geen recreatiewoning betreft en appellant niet heeft aangetoond onafgebroken sinds 2003 te hebben gewoond. De Afdeling bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en handhaaft de last onder dwangsom. Het college heeft aangegeven bereid te zijn de begunstigingstermijn te verlengen vanwege de coronacrisis. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het besluit tot beëindiging van de bewoning en handhaving onder dwangsom.