ECLI:NL:RVS:2021:1552
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen last onder dwangsom voor saneringsplan bodemverontreiniging
Plantko Holding B.V. is door het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant verplicht binnen vier weken een saneringsplan in te dienen voor een ernstig verontreinigde locatie te Roosendaal. Deze verplichting vloeit voort uit een beschikking ernst en spoed van 1 augustus 2017, waarin spoedige sanering noodzakelijk werd geacht vanwege bodem- en grondwaterverontreiniging door een voormalige chemische wasserij.
Plantko stelde dat het indienen van het saneringsplan geen overtreding was en dat het college onterecht handhavend optrad, onder meer omdat de jaarlijkse volumetoename van de verontreiniging volgens haar kleiner zou zijn dan 1.000 m3 en omdat het college onduidelijkheid zou scheppen over de eisen en termijnen. Ook voerde Plantko aan dat de last te onbepaald en de dwangsommen te hoog zouden zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college terecht de last onder dwangsom oplegde, dat de beschikking ernst en spoed in rechte onaantastbaar is en dat Plantko als eigenaar van de locatie verantwoordelijk is voor het saneringsplan. De Afdeling vond de begunstigingstermijn van vier weken, mede verlengd tot november 2020, redelijk en de hoogte van de dwangsommen proportioneel. Het beroep werd ongegrond verklaard en het college hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van Plantko tegen de last onder dwangsom voor het indienen van een saneringsplan wordt ongegrond verklaard.