ECLI:NL:RVS:2013:343
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit en invordering dwangsommen wegens illegale bouwwerken op woonwagenstandplaats
Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven heeft aan appellante een last onder dwangsom opgelegd om de illegale verbouwing van een berging met sanitaire unit tot woning te beëindigen en het naast de standplaats opgerichte bouwwerk, in gebruik als café en berging, te verwijderen. Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het handhavingsbesluit en de hoogte van de dwangsommen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep behandeld en overwogen dat het college terecht bevoegd was om handhavend op te treden wegens strijd met het bestemmingsplan en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Het beroep op overgangsrecht en vertrouwensbeginsel faalt omdat geen concrete en ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan en het bestemmingsplan het gebruik als café verbiedt.
Verder is geoordeeld dat het gelijkheidsbeginsel niet is geschonden en dat het college voldoende heeft gemotiveerd dat legalisatie niet mogelijk is. Ook is de hoogte van de dwangsommen proportioneel en is de begunstigingstermijn redelijk. Ten aanzien van de invordering van de dwangsommen is vastgesteld dat het college daartoe bevoegd is en dat geen bijzondere omstandigheden bestaan om van invordering af te zien. Het beroep is derhalve ongegrond verklaard en de dwangsommen worden ingevorderd.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het handhavingsbesluit en de invordering van dwangsommen wordt ongegrond verklaard en de dwangsommen worden ingevorderd.