ECLI:NL:RVS:2021:1321
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens onttrekking woonruimte zonder vergunning en exploitatie bed & breakfast
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde aan appellant sub 1 en sub 2 bestuurlijke boetes op wegens overtreding van artikel 21 van Pro de Huisvestingswet 2014, omdat zij woningen aan toeristen verhuurden zonder onttrekkingsvergunning. De rechtbank Amsterdam verklaarde het bezwaar van appellant sub 2 niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding en matigde de boete voor appellant sub 1 voor één woning tot nihil, maar handhaafde de boete voor de andere woning.
In hoger beroep betoogde appellant sub 2 dat zij het besluit niet tijdig had ontvangen, wat de Afdeling verwierp. Appellant sub 1 voerde aan dat voor één woning voldaan werd aan de voorwaarden voor een bed & breakfast, met zijn dochter als hoofdbewoner, en dat de bestemming tot bewoning overheersend was. De Afdeling oordeelde dat het college onvoldoende had aangetoond dat de dochter geen hoofdverblijf had en dat de bestemming niet overheersend was, en vernietigde daarom de boete voor die woning.
Verder matigde de Afdeling de boete voor de andere woning van appellant sub 1 met 50% vanwege bijzondere omstandigheden zoals hoogbejaardheid en geen financieel voordeel. Het hoger beroep van het college en appellant sub 2 werd ongegrond verklaard. De Afdeling veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten aan appellant sub 1.
Uitkomst: Boetes voor woningonttrekking zonder vergunning deels gehandhaafd en deels gematigd wegens exploitatie bed & breakfast en bijzondere omstandigheden.