Uitspraak
Datum uitspraak: 16 juni 2021
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad verleende op 10 december 2018 een omgevingsvergunning voor het bouwen van een tijdelijke loods op Hemkade 48A te Zaandam, bestemd voor opslag van materiaal door NSV, een evenementenbedrijf. Appellant, eigenaar van een nabijgelegen woning met een geneeskundige praktijk, betwistte deze vergunning omdat de loods zijn woongenot zou aantasten en de vergunning in strijd zou zijn met het bestemmingsplan en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de locatie van de loods correct was vastgesteld aan de hand van de situatietekening en dat de aanvraag geen eigendom van de grond vereiste. De loods is toegestaan binnen de bestemming 'Bedrijventerrein-1' en voldoet aan de afwijkingsregels voor de dubbelbestemming 'Waterstaat-Waterkering'.
Verder concludeerde de Afdeling dat het college de belangenafweging zorgvuldig had gemaakt, rekening houdend met de ruimtelijke ordening en de belangen van appellant. Het vertrouwensbeginsel werd niet geschonden omdat geen toezegging was gedaan dat de locatie uitsluitend als parkeerterrein zou worden gebruikt. Ook was er geen sprake van partijdigheid of vooringenomenheid van het college.
De Afdeling bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning blijft gehandhaafd.