ECLI:NL:RVS:2021:1066
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A. Hagen
- E. Steendijk
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke handhaving parkeerverbod vrachtwagens en illegale bebouwing op agrarisch woonperceel
Het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas legde aan een vennootschap onder firma (appellante sub 3) lasten onder dwangsom op wegens het parkeren van vrachtwagens en het hebben van illegale verhardingen en bouwwerken op een perceel met bestemming 'Wonen' en 'Agrarisch met waarden'. Een omwonende diende een handhavingsverzoek in vanwege vermeende strijdigheid met het bestemmingsplan en overlast.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van de vennootschap deels gegrond en vernietigde het besluit van het college, met name over de last die het parkeren van vrachtwagens betrof. De rechtbank oordeelde dat bijzondere omstandigheden bestonden om niet tot handhaving over te gaan. Het college en de omwonende gingen hiertegen in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat het parkeren van vrachtwagens een bedrijfsmatige activiteit is die niet is toegestaan binnen de bestemmingen 'Wonen' en 'Agrarisch met waarden'. De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld dat bijzondere omstandigheden tot afzien van handhaving leiden, omdat geen concrete toezeggingen of legalisering zijn aangetoond. De lasten betreffende het parkeren en de verharding zijn terecht opgelegd, maar de lasten over de illegale bouwwerken en opslag zijn niet terecht aan de vennootschap toegerekend.
Het hoger beroep van het college en de omwonende wordt gegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van de vennootschap ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover deze het college verplichtte af te zien van handhaving op het parkeren van vrachtwagens. De vennootschap wordt als overtreder aangemerkt voor het parkeren en verharding, maar niet voor de illegale bouwwerken en opslag. Het griffierecht wordt aan de omwonende terugbetaald.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover deze het college verbood handhavend op te treden tegen het parkeren van vrachtwagens en bevestigt dat de vennootschap als overtreder kan worden aangemerkt voor het parkeren en de verharding.