ECLI:NL:RVS:2020:834
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging afwijzing machtiging voorlopig verblijf op basis van onvoldoende motivering
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 20 oktober 2016 een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af. De vreemdeling, met Eritrese nationaliteit, wilde in het kader van nareis verblijven bij haar vermeende echtgenoot, de referent. De vreemdeling en referent overlegden onder meer een kerkelijke huwelijksakte en een Soedanese registratiepas ter bewijslevering.
Na een bezwaarprocedure handhaafde de staatssecretaris het besluit, maar de rechtbank verklaarde het beroep van vreemdeling en referent gegrond en vernietigde het besluit wegens ondeugdelijke motivering. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de motivering van de staatssecretaris onvoldoende was, met name ten aanzien van de waardering van de kerkelijke huwelijksakte als substantieel indicatief bewijs. De staatssecretaris had onvoldoende onderbouwd waarom deze akte, ondanks pasfoto's en ondertekening door een priester en getuigen, niet als bewijs kon dienen. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van het besluit en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.