ECLI:NL:RVS:2020:603
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- F.C.M.A. Michiels
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor bouw elf woningen ondanks bezwaren omwonenden
Het college van burgemeester en wethouders van Maassluis verleende op 4 oktober 2016 een omgevingsvergunning aan vergunninghoudster B voor de bouw van elf woningen met inpandige stallingsruimte en berging aan de Noorddijk/Geerkade te Maassluis. Omwonenden, waaronder appellant sub 1 en appellant sub 2, maakten bezwaar tegen deze vergunning en stelden beroep in bij de rechtbank Rotterdam, die de beroepen ongegrond verklaarde. Hiertegen werd hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De appellanten voerden diverse gronden aan, waaronder vermeende vooringenomenheid van het college, strijd met het bestemmingsplan en de redelijke eisen van welstand, onvoldoende compensatie van parkeerplaatsen, onvoldoende bodemonderzoek, onjuiste beoordeling van luchtkwaliteit en geluidbelasting, en bezwaren tegen de watervergunning. De Afdeling oordeelde dat het college bij de vergunningverlening binnen zijn beleidsruimte en bevoegdheden bleef, dat de afwijkingen van het bestemmingsplan stedenbouwkundig aanvaardbaar waren en dat de belangenafweging zorgvuldig was gemaakt zonder vooringenomenheid.
De Afdeling verwierp de bezwaren over bodemverontreiniging en luchtkwaliteit op grond van artikel 8:69a Awb, omdat de aangevoerde regels niet tot bescherming van de belangen van appellanten strekken. Ook de geluidbelasting en de watervergunning werden als rechtmatig beoordeeld. De Afdeling bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaarde de hoger beroepen ongegrond.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de omgevingsvergunning en verklaart de hoger beroepen ongegrond.