ECLI:NL:RVS:2020:563
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen herroeping omgevingsvergunning voor bouwplan in Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam verleende aan appellant een omgevingsvergunning voor het vergroten van een pand met een extra bouwlaag en andere aanpassingen. De vergunning werd aangevochten door omwonenden, waarna de rechtbank de vergunning herroept wegens een evidente privaatrechtelijke belemmering. Deze belemmering betreft het feit dat het bouwplan inbreuk maakt op eigendom van de eigenaren van het naastgelegen pand Koningslaan 46, die geen toestemming hebben gegeven.
Appellant verzocht om schorsing van de uitspraak van de rechtbank om de verbouwing toch mogelijk te maken. Hij stelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat een privaatrechtelijke belemmering bestond, onder verwijzing naar zijn recht op verwijdering van de dakgoot op grond van artikel 5:21 BW Pro. De voorzieningenrechter oordeelde dat de privaatrechtelijke belemmering evident is, omdat zonder nader onderzoek vaststaat dat het bouwplan inbreuk maakt op eigendom van de buren en dat deze geen toestemming geven.
De Raad van State bevestigt dat het verzoek om voorlopige voorziening moet worden afgewezen. De uitspraak van de rechtbank heeft een voorlopig karakter, maar er is geen grond om aan te nemen dat deze in hoger beroep zal worden vernietigd. De privaatrechtelijke belemmering is evident en het bouwplan kan niet worden uitgevoerd zonder inbreuk op eigendom van de buren. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de herroeping van de omgevingsvergunning wordt afgewezen.