ECLI:NL:RVS:2020:55
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- H. Troostwijk
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 14 mei 2019 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 22 augustus 2019 het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hij stelde dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat hij niet deugdelijk had gemotiveerd waarom de vreemdeling zijn identiteit niet met documenten had gestaafd en dat de verklaringen over de illegale uitreis uit Eritrea niet geloofwaardig waren.
De Raad van State stelde vast dat de vreemdeling geen documenten ter staving van zijn identiteit had overgelegd en dat er geen acute vluchtsituatie was, waardoor van hem verwacht mocht worden dat hij zijn identiteit kon aantonen. Ook oordeelde de Raad dat de staatssecretaris terecht de verklaringen over de illegale uitreis ongeloofwaardig achtte vanwege tegenstrijdigheden en bevreemdingwekkende elementen.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de staatssecretaris gegrond. Het beroep van de vreemdeling werd alsnog ongegrond verklaard en de staatssecretaris hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard.