ECLI:NL:RVS:2020:535
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat na intrekking besluit geen nieuwe ingebrekestelling vereist is voor dwangsom bij asielaanvraag
In deze zaak stond centraal of een vreemdeling na de intrekking van een besluit op haar asielaanvraag opnieuw een ingebrekestelling moet sturen om aanspraak te maken op een dwangsom wegens het niet tijdig nemen van een besluit. De staatssecretaris had het besluit van 12 maart 2018 ingetrokken zonder direct een nieuw besluit te nemen, waarna de vreemdeling het beroep introk en een nieuwe ingebrekestelling stuurde.
De Raad van State oordeelde dat de intrekking van het besluit het eerdere besluit raakt, maar niet de voorafgaande ingebrekestelling. Hierdoor blijft de ingebrekestelling van 5 maart 2018 geldig en is een nieuwe niet vereist. Dit voorkomt dat bestuursorganen besluiten nemen en intrekken om zo de dwangsomregeling te omzeilen.
De staatssecretaris voerde aan dat de vreemdeling met het handhaven van haar beroep zonder nieuwe ingebrekestelling een spoedig besluit had kunnen afdwingen, maar dit werd verworpen. De Afdeling bevestigde dat het beroep intrekken niet leidt tot een nieuwe termijn voor het nemen van een besluit.
De rechtbank had de dwangsom van €1.260 toegekend en de Raad van State bevestigde deze uitspraak en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van €525. De staatssecretaris' hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat na intrekking van een besluit geen nieuwe ingebrekestelling vereist is en veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van de dwangsom en proceskosten.